Use ‘Google Translate’ here to translate the Puffinnest.org articles in English
En… ACTIE! deel 2
Opnieuw in actie geweest als figurant voor de tv-serie Koning van de Wallen. Dit keer drie dagen achtereen in Amsterdam. Zeer koud, maar ik had het voor geen goud willen missen.
De serie Koning van de Wallen van regisseur Tim Oliehoek draait om de opkomst en ondergang van Casa Rosso-oprichter Maurits de Vries (Zwarte Joop) en biedt een uniek perspectief op het Amsterdamse Wallengebied in de naoorlogse decennia.

De kijker volgt zijn reis van jonge Holocaustoverlever, zwervend door de straten van Amsterdam, tot het kopstuk van een seks- en gokimperium. Hij was de koning van een kleurrijke groep bewoners die de Wallen groot maakte, maar ging uiteindelijk roemloos ten onder door hoogmoed en paranoia.
Heb in augustus al mogen meedoen in Gouda, op steenworp afstand van mijn huis. Wist toen niet wat er allemaal bij komt kijken als je figurant bent. Nu iets beter. Het is vaak wachten, scènes om verschillende redenen keer op keer opnieuw.
Nu in Amsterdam is het niet anders. Alleen veel kouder dan een paar maanden geleden. Zeker als, zoals dinsdag, tot 01.15 uur wordt gefilmd. Figuratiebureau Door van Dooren, bij wie je ‘in dienst’ bent, heeft daar oog voor. Bij lange pauzes tussen de opnamen door, krijg je je eigen winterjas weer aangereikt en die wordt ingenomen als het filmen verdergaat. Koude handen? Dan komen doosjes met warmtepads tevoorschijn.
Er wordt door crew, acteurs en figuranten al vroeg (rond 17.00/17.30 uur) gegeten, dus zeker laat op de avond gaan een warme snack, snoepjes, zoutjes er wel in. En tussendoor wordt regelmatig gevraagd of het allemaal nog goed gaat. Ben van de zorg voor de figuranten misschien nog wel meer onder de indruk dan van het filmen zelf.

Brand
Hoewel… grappig is hoe de scènes deze drie dagen (en ook op andere filmdagen en -locaties) door elkaar worden opgenomen. Op maandagmiddag tijdens mijn eerste ‘draaidag’ beginnen we op de Krom Boomssloot, die door decorbouwers is omgebouwd tot het Red Light District van de Oudezijls Achterburgwal, ligt zwartgeblakerd hout op straat. Het is de dag na de (elders opgenomen) fatale brand van de nachtclub van eigenaar ‘Zwarte Joop’, Maurits de Vries, gespeeld door acteur Gijs Naber. ’s Avonds is dat allemaal weg en wordt gefilmd hoe Zwarte Joop eerder ernstig wordt mishandeld op straat.
Figuranten spelen wachtenden bij de entree van Casa Rosso, of zijn buurtbewoner (zoals ik). Keer op keer heen en weer lopen. De ene keer alleen, de volgende samen met een ander. Dames van lichte zeden zijn er, net als in augustus in Gouda, ook.
Heb wel medelijden met die figuranten, want zij zijn schaarser gekleed dan ik (overhemd, spencer en jack; modetrend: jaren tachtig van de vorige eeuw). Nog meer medelijden heb ik dinsdagavond als voor Casa Rosso bewoners, nozems, klanten van Casa Rosso Zwarte Joop steunen tegen een groep agenten. De nachtclubeigenaar heeft een grote vuurspuwende roze olifant als logo/symbool bij zijn zaak staan. Dat mag niet. De meute neemt het voor Zwarte Joop op en weigert weg te gaan bij de olifant.

Kruik
Voor de meute staan twee mij totaal onbekende acteurs (onder wie duidelijk te horen een Belg) die, zeer schaars gekleed, zich ook in woord en gebaar tegen de politie keren. Hoe later het wordt deze avond, hoe kouder. Gelukkig krijgen beide acteurs direct na afloop van elk stukje opname hun jassen aangedaan en ook een warme kruik tegen de buik.
Alles gaat er zeer gedisciplineerd aan toe. Praten, een gebbetje (zeker twee jonge figuranten van wie er volgens mij eentje wel ADHD heeft, maar mij wel beleefd met meneer aanspreekt) is prima, maar zodra productieleider Michiel roept dat het stil moet zijn voor de volgende scene, is het ook gelijk stil. En als een scene over moet en iedereen naar zijn beginpositie moet, gebeurt dat gelijk. En dat op de woensdagavond met in totaal negentig (!) figuranten

En al moet elke scène een paar keer overgedaan worden (soms omdat het lopen over de gracht te snel gaat, soms omdat een andere hoek voor de camera net beter is en zo zijn er meer redenen), het verveelt niet. Sterker nog zo stil als het tijdens de opnames zelf moet zijn, zo geanimeerd wordt er gepraat tijdens die pauzes. Zeker tussen de figuranten die net als ik een paar dagen blijven, ontstaat een vriendschappelijke band. Logisch, je zit allemaal in hetzelfde schuitje met het wachten in de ijzige kou…
Hoogtepunt
De enige scène, woensdagavond tegen 01.15 uur, kan niet worden overgedaan en moet er in één keer goed op staan. Dat is het moment dat de boze eigenaar van Casa Rosso een dienstauto van de politie van Amsterdam (een VW Kever) optilt en onder gejoel en luid applaus de gracht in duwt.
Opname voorbij, maar de figuranten die tot het einde zijn gebleven (een deel vond het eerder op de avond vanwege de kou kennelijk welletjes) blijven nog even langs de waterkant kijken hoe de (gestripte, dus geen motorblok meer aanwezig) langer onder de waterlijn verdwijnt. Het hoogtepunt van de avond.

Drie dagen, ja. Heb geen medelijden, heb me tenslotte zelf aangemeld voor de figurantenrol. De opnamen gaan dinsdag en woensdag zo laat door dat er geen terugreis per trein naar Gouda in zit. Heb dus nabij de filmlocatie een bed in een jeugdherberg geboekt.
Ook tijdens het wachten in het Amrathhotel (de uitvalsbasis op een paar minuten lopen van de filmset, gaat het er geanimeerd aan toe. Ook hier is de verzorging door het figuratiebedrijf prima. Volop koffie, koekjes. En de warme maaltijd door een ingehuurd cateringbedrijf is zeer smakelijk. Er geldt één voorwaarde waaraan niet kan worden getornd: je mag pas weten als je een rood plastic schort hebt omgedaan. Je kostuum mag immers niet vol vlekken komen te zitten.

Partytent
Het wachten tussen de opnames is wel een dingetje in de kou, maar ook daar was wat op gevonden op woensdag toen er zeker een half uur niets te doen was (deel decor moest worden omgebouwd): op de Nieuwmarkt, bij de vrachtauto’s van de filmproductie en de catering stond een grote partytent, met daarin een gaskachel. Aangenaam.
Het figureren deze drie dagen is, ondanks de grote lol, niet in de koude kleren gaan zitten. Voeten en onderrug zijn het niet gewend om telkens weer lang stil te moeten staan. Dat merk ik pas als ik donderdagochtend thuis ben en even zit op de bank. Opstaan gaat niet vanzelf…
Ben natuurlijk geen jonge hond meer, maar had het ondanks dit lichamelijke ongemak voor geen goud willen missen. Sterker nog, als het figuratiebureau binnenkort opnieuw een uitnodiging stuurt om me aan te melden, zeg ik opnieuw ja.
Hulde
Hulde, zoals ik eerder ook al meldde voor de mensen van het figuratiebureau. De medewerkers (kleedsters, heer en dames voor het haar en de make-up voelen zich niet belangrijker, eerder gelijkwaardig. Zeer geduldig en gezellig.
Alles bij elkaar was het ontzettend leuk en leerzaam. Als ik nu in welke film of tv-serie ook figuranten heen en weer zie lopen, weet ik dat ze datzelfde loopje misschien wel tien keer hebben moeten doen voor de regisseur tevreden was.

In het vorige verhaal over de opnames voor de VPRO-serie Koning van de Wallen, meldde ik dat de zesdelige serie in het najaar van 2027 wordt uitgezonden. Dat blijkt inmiddels 2028 te zijn, op NPO Start.
Warrige meeuw

Ben groot liefhebber van de toneelstukken van Anton Tsjechov, dus ook van De Meeuw, maar de nieuwe uitvoering van Nina Spijkers door Het Nationale Theater kan me niet helemaal boeien. Een paar keer een huilscene door een van de spelers, maar het waarom blijft in de lucht hangen.
Vijftien jaar geleden zag ik het stuk ook al in de Goudse Schouwburg. Geen idee meer door welk gezelschap. Dus voor het huidige theaterseizoen kaartje gereserveerd. Hoewel… reservering was niet nodig geweest. De zaal was bij lange na niet uitverkocht. Tja, Tsjechov is alleen voor de echte toneelliefhebbers.
Maar goed, in de uit 1896 daterende De Meeuw, of Meeuw zoals het is omgedoopt, beschrijft Anton Tsjechov de verwikkelingen van een aantal mensen uit de bovenklasse van de Russische samenleving aan het eind van de negentiende eeuw.

De vier belangrijkste rollen zijn Trigorin (een gevierde schrijver op leeftijd), Arkadina (zijn minnares, een gevierd actrice), Kostja (haar zoon, een jonge schrijver) en Nina (zijn geliefde, een jonge actrice). Die rollen spiegelen elkaar, het gaat over ambitie en dromen enerzijds en desillusie anderzijds, zoals alle stukken van Tsjechov.
Regisseur Nina Spijkers heeft er voor gekozen in deze uitvoering door Het Nationale Theater een aantal rollen, onder andere deze centrale vier, te ‘genderswappen’ (mannen worden vrouwen, vrouwen mannen), om een al te stereotype rolverdeling tegen te kleuren. Dat pakt soms goed uit.
Monoloog
Zo wordt de monoloog van Trigorin, waarin ze Nina (hier ‘Mika’) uitlegt hoe zwaar het is om zo’n beroemde schrijver te zijn, knap gespeeld door Tamar van den Dop. Antoinette Jelgersma is prachtig – en een onvervalst Tsjechovpersonage – als Kostja’s kleurrijke tante Sorin, een oude vrouw die geen van haar dromen uit heeft zien komen en desalniettemin haar humor heeft weten te behouden. En knap is ook de rol van Alex Hendricks die Mika speelt, de schaapachtige jongeman die ervan droomt acteur te worden. Al is het maar om zijn gelaatsuitdrukkingen.

Het knappe spel van de meeste acteurs wordt echter deels teniet gedaan door een ratjetoe aan rare scenes (huilen waarvan het waarom niet echt duidelijk wordt en ook zo weer over is) en de twee ‘klepels’ die uit de lucht omlaag komen en als metronomen een tijdje heen en weer blijven slingeren. Ook hier is het waarom niet duidelijk. Om de tijd te vullen in dit twee uur durende stuk? Het komt me als toneelliefhebber warrig over.
Misschien dat ik in een van de komende weken als het stuk in de wijde omgeving wordt opgevoerd, nog maar eens ga. Kijken of het me dan wat helderder wordt.
Dit was mijn eerste voorstelling in de vernieuwde grote zaal van de opgefriste Goudse Schouwburg. Ziet er weer up-to-date uit. Alleen de stoelen zitten niet lekker voor een voorstelling van twee uur. Nieuw: een rekje voor je stoel waarin je een flesje of glas (fris)drank of je eigen waterfles kwijt kunt.
Aan boord bij de Koninklijke Marine
Met mijn Museumkaart heb ik nog lang niet alle musea bezocht die op mijn lijstje staan. Vandaag koers gezet naar het Marine museum in Den Helder. Geen spijt van. Integendeel.
Het is een flink eind reizen, maar gelukkig had ik nog Keuzedag van de NS die uiterlijk vandaag gebruikt moet zijn. Dus met de kranten op de Ipad al vroeg per trein koers gezet naar het topje van Noord-Holland.

Wel met een ommetje. In Amsterdam uitgestapt om te ontbijten in de Greasy Spoon. Een eenvoudig uitziende eettent, maar hun ‘Fry’ (een ontbijt van bacon, eggs, en alles wat er nog meer bij hoort) is de tijdje terug zo goed bevallen, dat ik onderweg al trek kreeg.
De vorige keer een Schots ontbijt (met als toevoeging een vierkante worst), nu voor de Engelse versie. En voor wie wil gruwen: ja, met een schijf black pudding of bloedworst.

Maar goed, het echte doel vandaag dus het Marinemuseum. Geen idee wat ik me erbij moest voorstellen. Al bij aankomst wordt het mij duidelijk dat dit niet klein van opzet is. Een echte, OK afgeschreven, niet te missen onderzeeër nodigt de bezoeker nadrukkelijk uit tot een bezoek. Zou je daar echt in kunnen?
Dan liever de lucht in
Eerst binnen de verschillende gebouwen op de voormalige Rijkswerf bij het echte marinecomplex de zeer uitgebreide collectie schilderijen van marineschepen en zeeslagen, uniformen, apparatuur, serviesgoed, navigatieapparatuur, kanonnen, talloze scheepsmodellen en nog veel meer uitvoerig bekeken. Natuurlijk aandacht voor Piet Hein (Zijn daden benne groot) en Jan van Speyk (Dan liever de lucht in).

Het erfgoed van de Koninklijke Marine, zo luidt de algemene omschrijving. Daar is niets te veel mee gezegd. Er is zoveel te zien, dat ik nu al weet dat ik nog een keer op bezoek ga.
Scheepsbrug
En dan de schepen die kunnen worden bezocht. Het ramschip Schorpioen, de mijnenveger en -legger Abraham Crijnssen uit 1936 en het brugcomplex van het geleide wapenfregat De Ruyter. Die brug is interessant, want hoe groot is de kans dat je ooit op zo’n plek komt.

En dan natuurlijk de in het oog springende onderzeeër Tonjn. Je mag aan boord en kunt zo zelf ervaren hoe het is geweest om met bijna zeventig matrozen hier lange tijd te verblijven. Je ziet waar ze sliepen, aten en kookten. Je maakt kennis met de communicatie- en navigatieapparatuur. Indrukwekkend.
Zoals gezegd: ik kom terug hier.
Hier een kort filmpje over het bezoek aan het Marinemuseum.
Wandeling Limburg – Wallonië…goed voor de stappenteller
In juli al op mijn ‘daagje-uit-kalender’, maar door motorpech fiets-/voetveer de wandeling van Eijsden naar Maastricht via deel van Wallonië niet kunnen doen. Vandaag wel, met zelfs prima wandelweer. Twee uur lopen; dik twintigduizend stappen volgens mijn smartwatch.

Ben sinds minstens tien jaar dol op Zuid-Limburg. En nee, niet alleen vanwege de prima terrassen in Maastricht! Al paar keer de wandeling van Eijsden via Ternaaien/Lanaye en langs de Maas naar Maastricht gedaan. Steeds dezelfde route.

Kwam er jaar geleden achter dat je net ten noorden van de sluis van Ternaaien ook westelijk om de St. Pietersberg en omgeving kunt lopen. Qua afstand maakt het niks uit. De in juli besloten die route een keer te volgen. Helaas door de motorpech van het fiets-/voetveer Cragmonon ging het niet door.
Vandaag, de weersvooruitzichten zijn zeer gunstig, dus al vroeg koers gezet naar Zuid-Limburg per trein. Heb nog wat dagkaarten van de NS en die gebruik ik voor de lange reizen. Dus rond 06.30 uur op het station van Gouda, om vandaar via Utrecht en Maastricht naar Eijsden te reizen.
Tuibrug
Dwars door het stadje naar de westkant en daar met het pontje over (één euro, alleen contant betalen). Dan door Ternaaien, schuin oversteken richting een fraaie tuibrug over het Albertkanaal. Vlak ervoor afbuigen en direct langs het water naar de sluis. Indrukwekkende sluizen vanwege het grote hoogteverschil (veertien meter!) tussen het kanaal en de Maas. Er werd vandaag geschut, maar het wachten om het water flink te zien zakken, duurde me te lang.

Ne ten noorden van de sluis afgebogen om langs het Albertkanaal te blijven lopen, richting Kanne.
Heel mooie route, vooral omdat het autoverkeer beduidend minder is dan via de oostelijke route langs de Maas.
Onderweg direct al iets gezien voor een volgend bezoek hier: de Passerelle van Caestert (zie foto hierboven), een in april van dit jaar geopende loopbrug die op vijftig meter hoogte over het Albertkanaal gaat.
De nieuwe wandelbrug is op de plek waar tot de jaren 1930 de Sint-Pietersberg was gelegen. Bij het graven van het Albertkanaal verdween een deel van de berg en daarmee ook de verbinding tussen Luik en Maastricht.
De wandelroute die op de website wordt aangegeven is zeventien km. Dat is me teveel van het goede, dus even uitvogelen hoe ik wel over de tweehonderd meter lange brug heen en weer kan gaan, met een begin- en eindpunt dichter bij het plaatsje/gehucht Kanne. Iets voor het voorjaar.

Grenspaal
Net voor de verkeersbrug bij Kanne, buig ik af, weg van het kanaal. Net na de laatste huizen van Kanne stap ik Nederland weer binnen. Dat zie ik op Google Maps, want een grenspaal of andere aanduiding kom ik niet tegen.
Wat volgt is een lange weg helemaal richting Maastricht. Bij het terugkijken van de route, kom ik nog een bezienswaardigheid tegen die op het lijstje voor een volgend bezoek komt: de Nekummer watermolen. Of eigenlijk is het, als ik het lees, geen molen meer. Wat resteert naast de overblijfselen van de molen zelf, is het pand dat nu woning is. Maar fotogeniek ziet er gebied er wel uit, dus rijp voor een bezoek volgend jaar.

Musketier d’Artagnan
De weg vervolgend kom ik als vanzelf (langs het beeld van de belangrijke, in Maastricht begraven musketier d’Artagnan en de Berenkuil, met nog een bronzen beeld van een beer (‘Jo’) op een zitbankje) naar mijn geliefde terras van café-restaurant Charlemagne op het Onze Lieve Vrouweplein.
Na een glaasje wijn (om het vochtgehalte in mijn lichaam aan te vullen…) al voor 15.00 uur terug naar Gouda, want om 18.00 uur moet ik klaarzitten voor een onlinevergadering van het moderamen van de classis van mijn kerk.
Eén troost: een volgend bezoek aan Zuid-Limburg is nooit ver weg.
En…ACTIE!
Foto hierboven: © Sandra Zeilstra
Voor het eerst van mijn leven als figurant meegewerkt aan de opnames voor een tv-serie. Vermoeiend, veel wachten, maar ik had het voor geen goud willen missen. Elke keer als het ‘En…. ACTIE! Klonk, was het ook echt in actie komen, samen met de vele andere figuranten.
De serie Koning van de Wallen van regisseur Tim Oliehoek draait om van de opkomst en ondergang van Casa Rosso-oprichter Maurits de Vries (Zwarte Joop) en biedt een uniek perspectief op het Amsterdamse Wallengebied in de naoorlogse decennia. De kijker volgt zijn reis van jonge Holocaustoverlever, zwervend door de straten van Amsterdam, tot het kopstuk van een seks- en gokimperium. Hij was de koning van een kleurrijke groep bewoners die de Wallen groot maakte, maar ging uiteindelijk roemloos ten onder door hoogmoed en paranoia.

Was erachter gekomen dat er figuranten werden gezocht via een bericht op Facebook. Zou er geen aandacht aan hebben besteed, ware het niet dat de opnamen van vrijdag 21 augustus en de dagen ervoor in Gouda waren. En nog wel om de hoek van mijn huis.
Bordeelbezoeker
Na aanmelding en het opgeven van de maten van mijn lichaam (van hoofd tot voeten) en het insturen van foto’s was het wachten op een besluit of ik ‘ingeloot’ was. Die e-mail kwam donderdagavond. ‘k Zou net als tal van andere figuranten (er waren er een stuk of dertig) de rol van voorbijganger en bordeelbezoeker vertolken.
De lange draaidag voor de tv-serie (melden om uiterlijk 11.30 uur en laatste opnamen kort na middernacht) begon met schminken en aankleden is broeken, overhemd, jasjes uit de periode eind jaren zestig/begin jaren zeventig.

Daarna begon het eerste wachten, tot de gehele figurantenploeg (onder wie een aantal kinderen) naar de ‘set’ ging: het deel van de Achter de Kerk tussen de stegen die vanaf de Dubbele Buurt en Markt naar de hoofdingang van de St.-Jan leiden. De pandjes tegenover de kerk waren voorzien van borden en rode lampen, waaruit je kon opmaken dat het om bordelen ging.
Gouda
Waarom de opnames hier en niet op de echte Wallen? Wel, het is daar in deze periode te druk met toeristen, dus was de weg afsluiten onmogelijk. Hier in Gouda werd overigens wel rekening gehouden met toeristen. Tijdens de (korte) pauzes van de opnames, konden bezoekers de St.-Jan (dat doordeweeks de functie van museum heeft) in- en uitlopen.
De figuranten werd geduldig en zeer duidelijk uitgelegd wat ze moesten doen. Langs de bordelen lopen, door raampjes naar binnen kijken of als klant mee naar binnen gaan, of juist naar buiten lopen. Met een fiets over de ‘Wallen’ gaan, noem maar op. Als je buiten beeld kwam, kreeg je na korte tijd een seintje om weer de andere kant op te lopen. En niet in de camera kijken, tenzij dat uitdrukkelijk werd gevraagd.

Het klinkt alsof het allemaal vlot achter elkaar doorgaat, maar in de praktijk is dat anders. Een scène moet tig keer over. Dan weer wachten tot de volgende opname (en steeds klonk uit de mond van de opnameleider dan ,,Stilte’’ en ,,En… ACTIE!’’ Soms, als de opnamepositie moest worden gewijzigd, werden we naar een grote partytent naast de kerk gedirigeerd, zodat de crew van de filmploeg ruimte had om alles om te bouwen.
Professionaliteit
Dat wachten bood me een goed inzicht in hoe het eraan toe gaat bij tv-opnames. Ik keek vol bewondering naar de professionaliteit van iedereen en de goede onderlinge samenwerking. Ik zag iemand met iets zwaars op zijn schouder lopen over de kinderhoofdjes , met aan de andere hand nog een karretje op wielen. Een collega van de man met alleen iets van een rol plakband snelde op hem af en nam het wagentje over. Ook het opbouwen en verplaatsen van alles verliep in mijn ogen zeer soepel.
Ook de begeleiding vanuit het figurantenbedrijf Door van Dooren Casting, was indrukwekkend. De dames van de kleding: petje af. Zelfs op de set werd nog even een knoopje aan mijn overhemd gezet, of werd nog even mijn stropdas nagekeken en noem maar op. De duidelijke opdrachten voor en tijdens de opnamen voor elke figurant waren zeer duidelijk. Het ging allemaal zeer relaxed.
De catering was prima geregeld. En toen we vrijdagavond nog tot na 23.00 uur in de Gouwekerk (het gebouw waar het omkleden, wachten en eten plaatsvonden) moesten wachten voor de laatste opnamen, werd ons als figuranten nog even gevraagd of we het nog volhielden.

En dan de ploeg van figuranten zelf. Bijna niemand kende elkaar (behalve misschien de paar Limburgers), maar hoe later het werd, hoe meer je het gevoel kreeg dat je één club was. Onderlinge gesprekjes, samen lachen tijdens het wachten. Het voelde zeer goed aan.
Vermoeiend
Natuurlijk was zo’n lange dag vermoeiend, maar dat voelde ik pas toen ik tegen 00.30 uur thuis kwam. Dat is een goed teken.
Ik kijk voortaan wel met andere ogen naar figuranten in een tv-serie of een film. Ik weet nu uit ervaring dat ze heel, heel vaak heen en weer hebben moeten lopen, voordat de regisseur of de opnameleider tevreden was met de opname.
Of en hoe vaak ik uiteindelijk in beeld kom in de serie, is uiteraard nog niet bekend. Nog lang niet zelfs. Koning van de Wallen wordt uitgezonden bij de VPRO in het najaar van 2027.
Het is me in elk geval zo goed bevallen dat ik me voor volgende week heb opgegeven voor nog twee draaidagen, in Amsterdam en Schiedam. Net als nu, hoor ik pas zeer kort voor de draaidag of ik opnieuw ben ingeloot. Afwachten dus.
Jip en Janneke en Pluk van de Petteflat
Vanochtend om 09.00 uur al in het Rijksmuseum in Amsterdam. Op maandagochtend rond die tijd is het niet druk is mijn ervaring. Nou, in de zomervakantie staat er al rij te wachten. Gelukkig stond ik vooraan om mooie, vroljike tentoonstelling te bezoeken.

Jip en Janneke, Pim en Pom, Pluk van de Petteflet. De kans is groot dat je met deze figuren bent opgegroeid zonder ooit te weten wie ze tekende. Deze zomer brengt het Rijksmuseum zo’n 150 originele tekeningen van illustrator Fiep Westendorp samen. Van vroege schetsen tot de illustraties die generaties kinderen zijn bijgebleven.

In 1952 verschijnen Jip en Janneke voor het eerst op de kinderpagina van Het Parool, bij verhalen van Annie M.G. Schmidt. Wist je dat de figuren er toen heel anders uitzagen? Stap voor stap haalt Westendorp lijnen weg. Wat overblijft zijn de silhouetten die je nu uit duizenden herkent.
In de tentoonstelling zie je die hele zoektocht terug. Ook Pim en Pom, Pluk van de Petteflet, Otje en Floddertje komen langs.
Meer afbeeldingen op mijn fotosite.
Even in het Amsterdam van 1652
Drie kwartier lang rondlopen in stukje stadsgeschiedenis van Amsterdam. Zicht op het al lang verdwenen Waaggebouw, in een lift naar boven bij het in aanbouw zijnde stadhuis (nu Paleis op de Dam). En dat met middelen van deze tijd.
Het gaat om de virtualrealityexperience in museum Entr, op loopafstand van Amsterdam CS. Je loopt met een VR-bril op door het centrum van Amsterdam zoals dat er in 1652 uitzag.
Niet dat ik zoveel met ‘020’ heb. De trigger was de VR-ervaring. Die heb ik eerder gehad in Utrecht in Horizon op Cheops, Reis door het oude Egypte. Geweldig om in een kale ruimte met die VR-bril op door een voor mij vreemd landschap te lopen.

Het verschil tussen die experience in Utrecht en Amsterdam is, dat de laatste, Amsterdam 1652, interactiever is. Een mooi voorbeeld is dat je op een gegeven moment in een kroeg belandt en virtueel een bierpul kunt oppakken. Je ‘helpt’ bij het halen van ingrediënten om drukinkt te maken en bij het drukken. En dat je aan de IJkade haringen uit de ene ton pakt en die in een ander dat met zout (als conservering) is gevuld stopt. En dat op vragen van een van de drie gidsen in het verhaal, de voormalige walvisvaarder Cornelis: ,,Help jij even met wat vis overhevelen?’ En zo zijn er meer.

Smalle steegjes
Op wat we nu kennen als de Dam ben je getuige van de brand in het oude stadhuis, de bouw van het nieuwe. Je schuifelt door smalle steegjes. Soms botsen de VR-beleving met de werkelijkheid. Hoewel het museum een betonnen vloer kent, wil je in de VR-beleving de leuning van een plankier beetpakken…
In de Volkskrant werd dit alles medio mei omschreven als een immersief verhaal, waarbij je als toeschouwer niet alleen toekijkt, maar zelf deel uitmaakt van de vertelling.

Bij het verlaten van de ‘voorstelling’ kun je bij een modern apparaat een eerder gemaakte foto van jezelf afdrukken in historisch kostuum. Dat laat ik me natuurlijk geen twee keer zeggen…
Het museum denkt over om op enig moment nog zo’n VR-beleving op te zetten. Dan met een wandeling op Mars. Voor nu ben ik al zeer tevreden met Amsterdam 1652. Sterker nog, ik denk dat ik nog wel een keer ga.
Wil je er zelf heen? Een ticket kost 22,50 euro. De reis van huis naar Amsterdam is mogelijk langer dan de drie kwartier die de beleving kost, maar na afloop kun je altijd nog even de binnenstad in om ergens van een consumptie te genieten.
R.I.P. Rev. Alan Ramsay
Kreeg bericht dat afgelopen maandag de Rev. Alan Ramsay is overleden. Hij was in 182 de allereerste predikant van de Church of Scotland die ik ontmoette. Met zijn hartelijke ontvangst in de kerk in Fort William is misschien wel het zaadje geplant voor mijn overstap zo’n 20 jaar later naar de Scots Church in Rotterdam.
Het was in 1982 mijn eerste vakantie in Schotland. Samen met vriend H-W P. reisden we rond en belandden we voor een weekeinde op de camping in Fort William. Op zondag ondernam H-W de tocht naar de top van de Ben Nevis, de hoogste berg van Schotland. Mij leek dat ik te veel van het goede had en ik toog naar de kerk.

Het was de MacIntosh Memorial Church aan de Fassifern Road (nu een klimcentrum). Het hartelijke welkom bij binnenkomst en aan het begin van de dienst was ik niet gewend in mijn oude kerk in Gouda. Tijdens de koffie/thee na afloop was er ruimte om leden van de kerkelijke gemeente te ontmoeten en dat was al net zo hartverwarmend.
Verbluft
Logisch dus dat ik het jaar daarop daar terugkeerde. ,,Maar ik ken u toch, u was hier toch vorig jaar ook?’’ kreeg ik te horen toen ik mij voorstelde. Ik was verbluft. Het maakte wel dat ik elk jaar hier terugkeerde. Een paar jaar later werkte ik mee aan de kerkdienst (deed de Schriftlezing).
Er ontstond een vriendschap tussen Alan Ramsay en mij. En ook met zijn vrouw Lin. Elke zomer even bijpraten. Na zijn emeritaat in 2007 bleef die band behouden. Altijd even bijpraten in hun nieuwe woning; er lunchen. Aan het einde van elk jaar kwam er een brief met hun wetenswaardigheden en hun hoop voor het nieuwe jaar.
Motoragent
Alan kon smakelijk vertelde hoe hij met zijn gezin op autovakantie was geweest in Nederland – ver voor ik hem leerde kennen – en hij in Gouda een motoragent om hulp had gevraagd om de A12 te bereiken.

Verheugd reageerde hij toen ik in een jaar vertelde dat ik, al overgestapt van mijn kerk in Gouda naar die in Rotterdam, ouderling was geworden en afgevaardigde naar de classis (Presbytery).
De laatste jaren ging zijn gezondheid achteruit en ruim een jaar geleden belandde Alan in een verpleeghuis in Ballachulish. Daar heb ik hem in juli vorig jaar nog opgezocht.
Dat hij is overleden stemt mij verdrietig. Ik put hoop uit zijn woorden dat hij gereed was om te sterven. ,,He had expressed his wish to be with Christ for some time’’, schreef Lin me gisteravond.
Uiteraard zal ik tijdens de eerstvolgende vakantie in Schotland Lin met een bezoek vereren en samen nog eens terugdenken aan Alan. Schotland, Alan Ramsay, de Scots International Church Rotterdam blijven voor mij altijd met elkaar verbonden.
Titanic komt even dicht bij mij
Het rijke verleden van mijn kerk in Rotterdam levert steeds weer nieuwe informatie op voor mij. Dit keer een link met de ramp met de Titanic. Interessant, want zo heb ik de komende twee zaterdagen weer wat nieuws t vertellen tijdens Heilige Huisjes, de Rotterdamse ‘indikking’ van Open Monumentendag met uitsluitend gebedsbuizen.
Heb me al vaak afgevraagd wie die mevrouw Reuchlin is wier naam op een gevelsteen van ons kerkgebouw aan de Schiedamse Vest staat. Zij heeft de eerste steen gelegd op 13 november 1951 voor de nieuwbouw, nadat ons vorige gebouw aan het Vasteland dat zo’n 250 jaar dienst had gedaan bij het bombardement vrijwel volledig was verwoest.
Agatha Reuchlin – Elink Schuurman was gehuwd met jonkheer Johan George Reuchlin, wiens vader mede-oprichter was van wat later is gaan heten de Holland Amerika Lijn (HAL).
Titanic
Eind 1911 of begin 1912 werd hij uitgenodigd mee te varen (1e klasse!) op de eerste vaart met passagiers van de Titanic, om met eigen ogen te zien hoe de moderne passagiersschepen er uit zouden komen te zien.
Wel, iedereen kent het verhaal: die Titanic verging met man en muis (op een paar uitzonderingen na) toen het tijdens die eerste vaart op een groot ijsschots botste. Ook Reuchlin overleefde die beroemdste scheepsramp uit de scheepvaartgeschiedenis niet.
Van George Reuchlins band zelf met mijn kerk heb ik (nog) niets kunnen achterhalen. Zijn vrouw/weduwe was echter al verbonden aan de Schotse kerk sinds haar kinderjaren. Ze was, staat vast, lid van de zondagsschool.

Hart en ziel
Hoe hecht de band met de kerk nog was, bleek wel uit een brief van de toenmalige predikant Rev. Irwin Brown aan haar.
Een passage in het boek ‘Reuchlins reis’ (2023) dat ik in de bibliotheek in Gouda tegenkwam meldt dat hij al kort na de ramp haar voormalige klasgenoten van de zondagsschool op bezoek had gehad. Hij verzekerde haar dat ze haar van harte steunden. ‘Ik kan u verzekeren dat ze met hart en ziel met u meeleven.’
Er werden inzamelingsacties gehouden (‘Titanic Fonds’) voor de families van de slachtoffers of mogelijk alleen voor de familie Reuchlin, maar dit kan niet uit documenten die ik een paar weken geleden onder ogen kreeg, worden afgeleid. Er werd flink gedoneerd. Omgerekend naar nu, was een bijdrage van ruim 250 euro pp/gezin geen uitzondering.

De weduwe Reuchlin bleef kennelijk een band onderhouden (misschien ging ze zeker als weduwe ook wel hier ter kerke) met de Schotse kerk en werd ze in het najaar van 1951 gevraagd om de eerste steen te leggen voor de nieuwbouw van de kerk. Een van de foto’s daarvan staat hiernaast/-hierboven (afhankelijk van het platform waarop je dit leest).
Agatha Reuchlin overleed in 1960, bijna 50 jaar nadat haar man om het leven was gekomen bij de ramp met de Titanic. Dankzij de gevelsteen is zij voor altijd verbonden met mijn nog steeds bestaande en levendige kerk.
*Foto boven dit verhaal: © Willy Stöwer (1864 – 1931)
Eerste keuze nieuwe seizoen Goudse Schouwburg
Mijn eerste keuze uit het aanbod voor het theaterseizoen 2026 – 2027 in de Goudse Schouwburg. Wellicht voeg ik er later nog wat aan toen.
We schijnen in het nieuwe theaterseizoen goed te zitten in de schouwburg. Naar ik hoorde worden de stoelen in de grote zaal vervangen. Ook de nummering verandert. Waar voorheen de stoelen met de oneven nummers (dus stoelen 1, 3, 5, etc naast elkaar) via ingang links benaderd diende te worden en de even nummers (2, 4, 6, etc) via de rechter ingang, loopt de nummering straks door van 1, 2, 3, enzovoorts.
Maakt in de praktijk weinig uit. Sommige schouwburgbezoekers zijn al decennia heel erg blind, negeren de borden en gaan toch dwars door de rijen heen op zoek naar hun stoelnummer. ‘k Neem aan dat de volgorde van de rijen wel onveranderd blijft. Of…?
Hoe dan ook: hier is mijn keuze.
27.10.2026 Meeuw (Tsjechov) Het Nationale Theater
17.02.2027 Lebbis – Satan is moe
24.03.2027 Sherlock Holmes (Mark Rietman e.a.)
11.05.2027 Richard III (Shakespeare) Het Nationale Theater
28.05.2027 Van Vleuten & Van Muiswinkel
